Eerste Kamer neemt voorstel aanpassing Wet BIG aan
Print pagina

Eerste Kamer neemt voorstel aanpassing Wet BIG aan
Sprekers:
Locatie:
Datum:
11 oktober 2018
Aanvang:
Kosten:
Datum:
11 oktober 2018
Locatie:
Datum:
11 oktober 2018
Geplaatst op:
11 oktober 2018
Door:
Het heeft even geduurd, maar inmiddels is de (spreekwoordelijke) ‘kogel door de kerk’. De Wet BIG gaat tóch veranderen. Eind 2014 schreef ik al over de aanpassing van de Wet BIG. Terug naar anno nu. De Eerste Kamer heeft op 10 juli 2018 ingestemd met het wetsvoorstel dat de Wet BIG moet ‘moderniseren’. Als een complete verassing kwam het niet, aangezien de Tweede Kamer in april 2018 met het voorstel had ingestemd. Ik weet niet of ik de wijzigingen een ‘modernisering’ wil noemen of ‘de Wet BIG in een nieuw jasje’ (al zullen veel dat hetzelfde vinden). Sommige punten voegen echt iets nieuws toe, maar op andere wijzigingen was, en ben ik nog steeds, kritisch. De belangrijkste wijzigingen op het gebied van het tuchtrecht.

1. Griffierecht en mogelijkheid kostenveroordeling
Er is, conform de resultaten van de evaluatie, besloten tot de heffing van een griffierecht van € 50. Het heffen van griffierecht moet een filterwerking hebben op het indienen van ‘lichte’ klachten die beter via het reguliere klachtrecht afgedaan zouden kunnen worden. De tuchtcolleges zouden zich dan (‘hopelijk’) alleen nog met de ‘zwaardere’ vergrijpen bezig hoeven te houden. Het griffierecht wordt vergoed als de klacht gegrond is. Tot enige filterwerking zal deze maatregel ongetwijfeld leiden, maar ik betwijfel of het echt tot een vermindering van de werkdruk van de tuchtcolleges zal leiden. Zelf leg ik een verband tussen een steeds digitaler worden wereld waarin ‘iedereen een dokter kan zijn’ (kijk maar eens naar het televisieprogramma ‘Dokters vs. Internet’) en de toename in werkdruk van medici. Fouten worden dan niet alleen eerder gemaakt, maar de zorgverlener wordt er ook sneller mee geconfronteerd. Het eerste is natuurlijk een slechte ontwikkeling, het tweede op zich niet. Nog een leuk feitje: uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het heffen van griffierecht is afgekeken van het advocatentuchtrecht.

2. Beroepsverbod
Met het nieuwe voorstel wordt de mogelijkheid van een ‘doorhaling uit de zorg’ een feit. In sommige gevallen wellicht wel begrijpelijk, maar hopelijk wordt niet te lichtzinnig gedacht over het opleggen van deze maatregel. De gevolgen voor de betrokken zorgverlener zijn immers enorm. Bij wijze van ‘waarschuwing’ handhaaf ik mijn eerdere betoog:

“Vanuit de onderbuik is een dergelijke mogelijkheid wellicht verdedigbaar, maar gaat het niet te ver als dit betekent dat de ernstig disfunctionerende arts zich volledig moet laten omscholen en dus geen kans meer op verbetering krijgt? En wat te denken van de beroepen in de zorg waar (relatief) weinig (direct) contact met patiënten bestaat, zoals een radioloog? Kan de gerenommeerde fysiotherapeut die een zedendelict heeft begaan geen apotheker meer worden? In beide functies worden weliswaar patiënten behandeld, maar de wijze waarop die behandeling plaatsvindt verschilt aanzienlijk (lichamelijk contact versus niet-lichamelijk contact). Zou de beschreven mogelijkheid worden vertaald naar de juridische dienstverlening, dan betekent dit dat één van Nederlands bekendste (voormalig) strafpleiters nooit meer voor zakelijke doeleinden een wetboek open zou kunnen slaan. Een zedendelict of overtreding van de regels is zonder meer ernstig, maar het is de vraag of het nodig is of dat met een algeheel beroepsverbod zou moeten worden bestraft”.

3. Berispingen en waarschuwingen niet langer (automatisch) openbaar
Verder bepaalt de nieuwe wet dat berispingen en boetes niet langer (automatisch) openbaar worden gemaakt. De KNMG had daar in een voorstadium al voor gepleit. Ik vind daar ook wel wat voor te zeggen, zeker gezien het bestaan van websites als Zwartelijstartsen.nl. De rechter heeft (het bestaan van) dergelijke websites weliswaar toegestaan, maar de informatie is in sommige gevallen wel vrij suggestief, bevat geen bronvermelding of bevat een foto van de desbetreffende zorgverlener (in tegenstelling tot bijvoorbeeld het BIG-register). Onder de nieuwe Wet BIG zullen de voornoemde bestraffingen alleen nog openbaar worden gemaakt als de tuchtrechter nadrukkelijk van oordeel is dat het openbaar maken van de maatregel het belang van de gezondheidszorg ten goede komt. Maar zou de tuchtrechter dan niet voor een andere maatregel moeten kiezen?

4. IGJ krijgt bevoegdheid van onmiddellijke onthouding
Verder valt de nieuwe bevoegdheid van de IGJ op om een zogenaamde ‘onmiddellijke onthouding’ op te leggen. Dat komt in feite neer op een onmiddellijke op non-actiefstelling. Dit is dus zonder tussenkomst van de tuchtrechter en nog voor een uitspraak. Volgens de wetsgeschiedenis zal slechts in ‘zeer beperkte gevallen’ (in de wetsgeschiedenis worden ook wel heel extreme voorbeelden aangehaald) van die mogelijkheid gebruik gemaakt kunnen worden. Ik vraag mij hardop af of dit iets nieuws zal brengen voor werkgevers, aangezien de meeste werkgevers in de praktijk zelf al actie zullen ondernemen bij serieuze signalen. Het biedt echter wel een uitkomst om ‘eenpitters’ of ZZP’ers (dus zonder (echte) werkgever) hun activiteiten stop te laten zetten.

5. Uitbreiding werkingssfeer
Verder wordt de werkingssfeer van het medisch tuchtrecht verruimd, aangezien het handelen van de medicus in de privésfeer in de toekomst óók genormeerd is door het tuchtrecht. Dit klinkt ingrijpend, maar eigenlijk is het niets meer dan het wettelijk vastleggen van de bestaande jurisprudentie. Uit die jurisprudentie volgt dat ook gedragingen in de privésfeer onder de tuchtnormen vallen, mits er voldoende verband bestaat tussen de beroepsuitoefening en de gedraging(en). Naar de letter van de wet lijken echter ook gedragingen zonder dat verband door het tuchtrecht genormeerd te kunnen worden. De hoofdregel blijft in feite: geen dingen doen die het aanzien van de zorg kunnen schaden.

Tot slot
De nieuwe Wet BIG is – inderdaad – een modernisering van het tuchtrecht. In de voorbereiding van het wetsvoorstel is aandachtig gekeken naar het tuchtrecht in andere beroepsgroepen (waaronder het advocatentuchtrecht) en daar zijn de nodige elementen uit overgenomen. Sommige wijzigingen lijken ingrijpend, maar zullen in de praktijk niet veel veranderen. De mogelijkheid van het opleggen van een beroepsverbod is wél een ingrijpende wijziging, maar de praktijk zal leren in wat voor gevallen daar gebruik van gemaakt zal worden.
Telefoon:
Mobiel:
E-mail:
Linkedin

Zoeken

Contact over dit onderwerp

Tom Koomen

Tom Koomen

Telefoon 070-3648102