Doelstelling
cursus
Deze cursus beoogt het juridisch kader te schetsen dat geldt
in geval van integriteitschendingen door ambtenaren en bestuurders. Aan de orde
komen welke geschreven en ongeschreven regels gelden en hoe een
overheidswerkgever met integriteitschendingen kan omgaan. De cursus neemt een
middag (vier uren) in beslag.
Inhoud
cursus
We hoeven tegenwoordig de krant maar
open te slaan, of de TV of radio maar aan te zetten, en de kans is groot dat we
geconfronteerd worden met een normen- en waardendiscussie. Een bestuurder die
in de problemen komt, een ambtenaar die een greep in de kas heeft gedaan, een
politieman die zich schuldig heeft gemaakt aan seksuele intimidatie. Er zijn
voorbeelden te over. Om hiertegen adequaat te kunnen optreden, maar ook met het
uitdrukkelijke doel om bestuurders en ambtenaren een handvat met betrekking tot
normen en waarden te bieden, ontwikkelen veel overheidswerkgevers
integriteitsbeleid. Dit integriteitsbeleid krijgt dan in het bijzonder gestalte
in de vorm van integriteitsprotocollen, gedragscodes en handleidingen.
Het begrip integriteit heeft echter
een voor- en een achterkant. De voorkant van de integriteit ziet erop dat door
de inzet van tal van instrumenten, zoals het tot stand brengen van regelgeving
ter zake, door het realiseren van integriteitsdiscussies, dilemmatrainingen en
wat al niet meer, vooraf het besef bij overheidswerkgever en werknemer post vat,
dat hij binnen een overheidsorganisatie werkzaam is, waar één van de meest
wezenlijke kernwaarden de integriteit betreft. De overheid moet integer zijn.
De integriteit heeft naast de
hiervoor kort omschreven voorkant echter ook een achterkant. Wat dient er te
gebeuren indien er sprake is van een vermoeden van integriteitsschending? Hoe
wordt dit in juridische zin gekwalificeerd? Wat zijn de rechten en de plichten
van de ambtenaar en de bestuurder indien zij beticht worden van
integriteitsschending? Hoe wordt het begrip integriteit gedefinieerd? En hoe
moet tegen niet integer gedrag worden opgetreden?
Tijdens deze cursusmiddag wordt in
het bijzonder stilgestaan bij de achterkant van de integriteit. Na een korte
introductie van het begrip integriteit en het gezamenlijk zoeken naar een
definitie ervan, zal vervolgens de link gelegd worden met de rechtspositie,
waarbij duidelijk zal worden dat integriteitsschendingen door ambtenaren in de
regel plichtsverzuim opleveren. Staat plichtsverzuim vast, dan heeft de
werkgever de bevoegdheid, en wellicht soms ook de plicht, om tuchtrechtelijk op
te treden, om disciplinair te straffen. De wijze waarop zulks dient te
geschieden is omgeven door een groot aantal procedurele waarborgen. Uiteraard
zullen deze aan de orde komen. Daarnaast dienen bij de behandeling van een
integriteitsschending een aantal materiële aspecten nauwkeurig in acht genomen te
worden. Een integriteitsschending moet immers bewezen worden en ze moet
verweten kunnen worden. Bewijsbaarheid en verwijtbaarheid zijn in feite de
leidende uitgangspunten die in acht moeten worden genomen, indien de overheid
wil optreden tegen een vermoeden van
integriteitsschending.
Aan het einde van deze cursusmiddag
zal voor de deelnemers inzichtelijk zijn geworden welke procedures in acht
moeten worden genomen bij een vermoeden van integriteitsschending en welke
maatregelen genomen kunnen worden indien een integriteitsschending is
vastgesteld.
Doelgroep
De cursus is bedoeld voor
medewerkers van de afdeling P&O die hun management ter zake van een
vermoeden van integriteitsschending moeten adviseren, maar zeker ook voor
leidinggevenden zelf die, zo zij onverhoopt geconfronteerd worden met een
vermoeden van een integriteitsschending, in een dergelijk traject niet
onbeslagen ten ijs willen komen.
Meer
informatie
Voor nadere informatie kunt u zich wenden tot Marc
Schoonhoven (vestiging Den Bosch), Pieter Joost Schaap (vestiging Zwolle) of
Jan Blanken (vestiging Den Haag).
Cursus informatie
Doelgroep:
medewerkers P&O