"Maximale resultaat maar met oog voor de mens achter de zaak."

Martine Voogt
 
 
Opbouw van verlof tijdens ziekte (deel IV)
Geplaatst op: 20-10-2011 | Door: Jacobien Frederix

Op 20 januari 2009 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie een arrest gewezen (het “Schultz-Hoff arrest”) dat van groot belang is voor de opbouw en opname van verlof tijdens ziekte. In vele rechtspositieregelingen is de opbouw van verlof tijdens ziekte in beginsel beperkt tot een periode van zes maanden. Uit het genoemde arrest volgt dat dit uitgangspunt in strijd is met artikel 7 van richtlijn 2003/88/EG (“richtlijn betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd”). Het arrest noopt derhalve tot een zekere aanpassing van de rechtspositieregelingen. Tot op heden is dat veelal echter niet gebeurd. In eerdere edities van Capra Concreet is dan ook stilgestaan bij de vraag welke gevolgen het arrest nu heeft voor de praktijk.

Op 18 juli jl. heeft de Centrale Raad van Beroep een aantal uitspraken gedaan die concreet bruikbare aanknopingspunten bevatten voor de rechtspraktijk.

1. De uitspraak die is gepubliceerd onder LJN-nummer “BR0267”, heeft betrekking op een medewerker van de gemeente Haarlem. In artikel 6:2:5, tweede lid, juncto derde lid, aanhef en onder a, van het Arbeidsvoorwaardenreglement Haarlem 1995 was bepaald dat alleen tijdens de laatste zes maanden van ziekte verlof wordt opgebouwd. Aan de betreffende medewerker was dienovereenkomstig verlof toegekend. De Rechtbank had in beroep allereerst geoordeeld dat de genoemde bepalingen in strijd zijn met artikel 7 van de richtlijn, omdat hierin de opbouw van verlof afhankelijk wordt gesteld van de voorwaarde dat de werknemer daadwerkelijk heeft gewerkt. Vervolgens oordeelde zij dat, nu betrokkene een rechtstreeks beroep toekomt op artikel 7 van de richtlijn, de evenredige vermindering van verlofopbouw achterwege had moeten blijven, voor zover deze ertoe leidde dat in een kalenderjaar minder dan het in de richtlijn genoemde minimum aantal vakantiedagen (vier weken, red.) werd opgebouwd. De Raad heeft deze overwegingen in grote lijnen onderschreven en bevestigd dat uit artikel 7 van de richtlijn volgt dat de opbouw van verlof – voor zover het de daaruit voortvloeiende minimumaanspraken betreft – tijdens de volledige ziekteperiode is blijven doorlopen.

Aangezien de relevante bepalingen uit de rechtspositieregeling voor de gemeente Haarlem in grote mate overeenkomen met artikel 6:2:3, tweede en derde lid, CAR/UWO is deze uitspraak van groot belang voor de gemeentelijke sector.

2. De uitspraak met LJN-nummer “BR0268” ziet op een vergelijkbare casus, zij het dat in die zaak de arbeidsvoorwaardenregeling voor de politiesector van toepassing was, het Barp. De Rechtbank had in beroep geoordeeld dat artikel 19, vierde en vijfde lid, aanhef en onder a, sub 3, Barp, voor zover hierin de opbouw van verlof tijdens ziekte wordt beperkt, in strijd is met artikel 7 van de richtlijn. De Korpsbeheerder heeft dit in hoger beroep weersproken. De Raad heeft in de betreffende uitspraak overwogen dat hij het betoog van de Korpsbeheerder niet onderschrijft, omdat het zijns inziens haaks staat op de uitdrukkelijk aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde overweging (van de Korpsbeheerder) dat op basis van het Schultz-Hoff arrest moet worden geconcludeerd dat de bepalingen van het Barp de verlofaanspraken op grond van de richtlijn onaanvaardbaar beperken, in ieder geval voor zover de politiefunctionaris als gevolg hiervan minder dan vier weken per jaar verlof kan genieten.

3. De uitspraak met LJN-nummer “BR0265”, tot slot, heeft betrekking op het ARAR, de rechtspositieregeling voor de sector rijk. Onder verwijzing naar de circulaire d.d. 4 februari 2010 van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de Raad in deze uitspraak overwogen dat hij niet anders kan oordelen dan dat deze minister inmiddels van mening is dat de artikelen 22 en 23 van het ARAR, en de daarop gebaseerde uitvoeringspraktijk, niet in lijn zijn met richtlijn  2003/88, zoals die conform het arrest Schultz-Hoff moet worden uitgelegd. Volgens de Raad is de minister bij de uitleg en toepassing van de bepalingen van het ARAR aan deze gewijzigde opvatting gebonden. De Raad heeft hierbij nog uiteengezet dat hij derhalve niet toekomt aan de namens de minister geuite wens om het oordeel van de Raad te verkrijgen over de principiële vraag of de in het ARAR (en de daarop gebaseerde uitvoeringspraktijk) neergelegde systematiek in overeenstemming is met richtlijn 2003/88.

De uitspraken gelezen hebbende, moet geconcludeerd worden dat de Raad alleen in de eerste uitspraak de vraag heeft beantwoord hoe de rechtspositieregeling zich verhoudt tot artikel 7 van de richtlijn. Dit neemt niet weg dat de andere uitspraken, zoals gezegd, ook een aantal aanknopingspunten bevatten om, in voorkomende gevallen, te berekenen hoeveel verlof is opgebouwd tijdens een periode van afwezigheid wegens ziekte. Indien u vragen heeft over een specifieke rechtspositionele casus, is Capra Advocaten uiteraard gaarne bereid om u van een concreet advies te voorzien. 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
16-05-2012 | Capra op twitter
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
08-09-2011 | Mediation
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
03-03-2011 | Dat is beloofd!
 
 
 
02-03-2011 | Verboden
 
 
 
 
 
 
 
30-11-2010 | CAO Ambulancezorg
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
27-12-2009 | Appels
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
28-04-2009 | Preventie werkt!
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
15-02-2009 | TAR bestaat 25 jaar
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Follow us
Opleidingsinstituut van
Erkende opleidingsinstelling advocatuur
 
Zoeken
 
Twitter
Thema 1
intro over thema
 
Publicatie
Capra opent een vestiging in Maastricht! In het bestuurlijke centrum van Limburg willen wij dicht bij onze klanten zitten om daarmee de laatste drempels weg te nemen voor een verdere groei van de goede relatie tussen Limburg en Capra. Natuurlijk heeft Maastricht het bezwaar dat er weinig “achterland” is. Maar dan hebben we het over Nederlands achterland, Europees gezien is er meer dan genoeg achterland, zou ik denken. Als de problematiek van grensoverschrijdende arbeid ergens speelt, dan is dat wel in Limburg. Komt goed uit, Capra heeft daar (niet) toevallig veel kennis en ervaring mee.
wo 16 mei 2012 - Capra komt naar Maastricht!
 
Publicatie
Wilt u op de hoogte blijven van het laatste nieuws? Volg ons dan op twitter op @CAPRAadvocaten
wo 16 mei 2012 - Capra op twitter