Opbouw vakantiedagen tijdens ziekte (3)
Print pagina

Opbouw vakantiedagen tijdens ziekte (3)
Sprekers:
Locatie:
Datum:
21 januari 2011
Aanvang:
Kosten:
geen
Datum:
21 januari 2011
Locatie:
Datum:
21 januari 2011
Geplaatst op:
21 januari 2011
Door:

In de Capra Concreet van december 2009 is stilgestaan bij de gevolgen van het arrest van het Europees Hof van Justitie van 20 januari 2009 (het “Schultz-Hoff arrest”) voor het Nederlandse ambtenarenrecht. Wellicht ten overvloede: dit arrest heeft betrekking op de opbouw en opname van verlof tijdens ziekte. Uitgaande van de huidige regelgeving, vindt geen verlofopbouw plaats wanneer een ambtenaar meer dan zes maanden ziek is. Het Hof acht dit in strijd met Europees recht (richtlijn 2003/88/EG, betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd).

Het staat vast dat de rechtspositieregelingen naar aanleiding van deze uitspraak moeten worden aangepast. Dit is tot nu toe echter nog niet gebeurd. Dit werpt de vraag op hoe overheidswerkgevers op dit moment moeten handelen. In de Capra Concreet van oktober 2010 is uiteengezet dat de Minister van Binnenlandse Zaken, bij wijze van tussenoplossing, een circulaire heeft vastgesteld die een werkwijze bevat voor verlof en situaties van langdurige arbeidsongeschiktheid. Inmiddels heeft ook de VNG een handreiking opgesteld die op verzoek aan leden wordt toegezonden. Hierin worden, vooruitlopend op de aanpassing van de CAR/UWO, aan de hand van een aantal uitgangspunten en voorbeelden suggesties gedaan met betrekking tot de opbouw en opname van verlofuren.

Het is prijzenswaardig dat ook binnen de gemeentelijke sector een oplossing wordt gezocht voor de onduidelijkheid die momenteel bestaat. Bij lezing van de beide stukken is ons opgevallen dat er verschillen zijn tussen de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de oplossingsrichting. Zo wordt in de circulaire van de Minister de opbouw van verlof op grond van het ARAR niet vermeerderd met de aanspraken op grond van de Europese richtlijn en lijkt een uitgangspunt van de handreiking van de VNG te zijn dat de aanspraken op grond van de richtlijn en die op grond van de CAR/UWO wel cumuleren. Hoewel beide rechtspositieregelingen van elkaar verschillen, is het uitgangspunt van de VNG naar onze opvatting discutabel. Daar waar de (uitwerking van de) rechtspositieregeling minder verlofaanspraken toekent dan de richtlijn, prevaleert de richtlijn. Cumulatie (in de zin van èn èn) is naar onze mening dan ook in beginsel niet aan de orde. 

Indien u vragen heeft over een concrete rechtspositionele casus, is Capra Advocaten uiteraard graag bereid om u van een concreet advies te voorzien. 


Jacobien Frederix, Capra Den Haag
Amke de Visser, Capra ‘s-Hertogenbosch

 

Zoeken