"Oplossingen zijn op maat gesneden want geen kwestie is hetzelfde".

Amke de Visser
 
 
Komkommertijd en ontslagvergoedingen
Geplaatst op: 30-07-2009 | Door: Jan Blanken

Het is inmiddels volop zomer. Journalistiek gezien betekent dat dat het nu komkommertijd is. Het is dan min of meer gebruikelijk dat er artikelen in de krant verschijnen waaraan, om het genuanceerd te zeggen, geen deugdelijk onderzoek ten grondslag ligt. Vaak worden dan ook min of meer dankbare thema’s aangeroerd zoals ontslagvergoedingen.

Vooruitlopend op een dergelijke publicatie, blik ik terug op een artikel dat op 28 januari jl. is gepubliceerd in NCR Handelsblad onder de veelzeggende kop ‘Graaien, grabbelen of je recht opeisen’. Dat artikel ging over vertrekpremies die zouden zijn toegekend aan enkele gemeenteambtenaren, waaraan de conclusie werd verbonden dat zij in het jaar 2007 een hoger inkomen genoten dan een minister. De betreffende informatie was onzorgvuldig, onvolledig en onjuist, zoals ten dele ook uit het bericht zelf kon worden afgeleid.

In het artikel werd als meest extreme voorbeeld genoemd een beleidsambtenaar die een ontslagvergoeding zou hebben gekregen van € 400.000,--. In het artikel werd melding gemaakt van een FPU-uitkering, aangevuld tot 90% van het laatst genoten salaris. Verder werd melding gemaakt van een reorganisatie. Een goede lezer zou daaruit kunnen afleiden dat de in hetzelfde artikel opgenomen conclusie, dat betrokkene een hoger inkomen dan een minister genoot in 2007, slechts onjuist kon zijn. Immers, er was kennelijk sprake van een reorganisatie. In het kader daarvan is het gebruikelijk (en bovendien voorgeschreven in de toepasselijke rechtspositie regeling) dat een Sociaal Statuut wordt vastgesteld na overleg met de vakorganisaties. Zeer waarschijnlijk kwam de betrokken ambtenaar op basis van het Sociaal Statuut dat bij de betreffende gemeente van toepassing was in aanmerking voor een uitkeringsregeling vanwege het bereiken van een bepaalde leeftijd. Dat is niet bijzonder en komt ook in het bedrijfsleven voor. De in het artikel genoemde € 400.000,-- bestaat dan uit het totale bedrag aan uitkering dat de betrokkene over een lange periode ontvangt. De duur van die periode is afhankelijk van het Sociaal Statuut. Het totale bedrag aan uitkering bestaat dan uit de FPU-uitkering die betrokkene ontvangt ten laste van de Stichting Pensioenfonds ABP, aangevuld met een suppletie ten laste van de betreffende overheidswerkgever. Kennelijk was in dit geval daarmee een totaalbedrag gemoeid van ruim € 400.000,--. Dat bedrag is inderdaad meer dan een minister per jaar verdient, maar het moge duidelijk zijn dat het hier gaat om de bekende vergelijking van appels met peren. In eenzelfde periode als waarvoor de betreffende regeling geldt, verdient een minister uiteraard veel meer.

In hetzelfde artikel werden meer voorbeelden genoemd van vertrekregelingen die recht gaven op vergoedingen die moesten worden uitgesmeerd over een langere periode dan één jaar. Wellicht is het zo dat in één of meer gevallen daadwerkelijk in één jaar het volledige bedrag werd uitbetaald, doch in die gevallen is zeer waarschijnlijk sprake geweest van storting van een totaal bedrag bij een verzekeraar die vervolgens zorg droeg voor de jaarlijkse uitkeringen aan de betrokkene.

Reeds bij lezing van het artikel viel op dat het kopje ‘Graaien’ volstrekt uit de lucht was gegrepen. Immers, het ging om toepassing van (rechtspositie-)regelingen op basis waarvan aan de betrokken personen bedragen werden uitgekeerd over een langere periode, welke bedragen hoger waren dan het jaarinkomen van een Minister. Dat dat kan gebeuren is vooral het gevolg van het feit dat de werkloosheidsuitkeringen in de overheidssector voor rekening van de overheidswerkgever zijn en dus, anders dan in het bedrijfsleven, niet kunnen worden afgewenteld op een fonds. De laatste overheidswerkgever bij wie de betrokkene in dienst was, draait voor de kosten van werkloosheid op. Volledig in overeenstemming dus met het uit het milieurecht bekende beginsel: ‘De vervuiler betaalt’. Of in een individueel geval te veel of te weinig is betaald, is afhankelijk van de interpretatie van de toepasselijke rechtspositieregelingen en de jurisprudentie.

Anders dan door de betreffende journalist werd gesuggereerd, speelt de kantonrechtersformule in het ambtenarenrecht geen enkele rol. De hoogste ambtenarenrechter, de Centrale Raad van Beroep, heeft in de afgelopen jaren bij herhaling laten weten dat deze formule geen betekenis heeft voor het ambtenarenrecht. In het artikel werd een hoogleraar Sociaal Recht geciteerd (prof. Jacobs, die als lid van de zogenaamde commissie Dijkstal adviseerde over topinkomens in de publieke en semi-publieke sector). Hij zou gezegd hebben: “Het ambtenarenrecht zet de zaak duivels vast.” Voorts maakte hij melding van “absurde” vertrekpremies ten behoeve van gemeenteambtenaren. Gemeenten zouden verplicht zijn dergelijke premies te betalen. “Alleen als de gemeentesecretaris iemand op de werkvloer verkracht heeft, kom je daar onderuit”, aldus een ander citaat.

Ik mag hopen dat de heer Jacobs hier onjuist werd geciteerd. De betreffende stellingen zijn namelijk baarlijke nonsens. In de eerste plaats dwingt het ambtenarenrecht, zoals gezegd, in het geheel niet tot toepassing van de kantonrechtersformule en dus tot het toekennen van hoge ontslagvergoedingen. In de tweede plaats biedt het ambtenarenrecht ruim voldoende mogelijkheden om ontslag te verlenen zonder enige vergoeding. Voorts zou de heer Jacobs het Tijdschrift voor Ambtenarenrecht eens moeten bestuderen. Hij zou dan zien dat het met die riante ontslagvergoedingen wel meevalt.

Ik wil niet stellen dat gouden handdrukken van bankiersformaat in het ambtenarenrecht niet voorkomen, doch als dat zo is, heeft dat weinig te maken met het ambtenarenrecht an sich, doch meer met de wijze waarop daarmee in een individueel geval wordt omgegaan. Evenals in het bedrijfsleven, komen vertrekregelingen in de overheidssectoren voor. Soms zijn deze riant, doch dat heeft weinig te maken met het ambtenarenrecht als zodanig respectievelijk de vermeende starheid daarvan.

In dit verband kan er niet vaak genoeg op gewezen worden dat bij de overheid aanzienlijk strengere integriteitsnormen gelden dan binnen het overgrote deel van het bedrijfsleven. Vanwege deze uiterst stringente integriteitsnormen is het aanzienlijk eenvoudiger een ambtenaar strafontslag te verlenen dan een ‘gewone’ werknemer met ontslag op staande voet naar huis te sturen. Er zijn vele voorbeelden van ambtenaren die zonder enig uitkeringsrecht zijn ontslagen voor vergrijpen (bijvoorbeeld in de privésfeer) die in het bedrijfsleven hoogstens zouden leiden tot enkele gefronste wenkbrauwen.

Hoe dan ook, het valt wel mee met de ontslagvergoedingen. Lees uw krant dus kritisch, vooral ook in komkommertijd.

 
 
 
 
 
 
 
 
16-05-2012 | Capra op twitter
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
08-09-2011 | Mediation
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
03-03-2011 | Dat is beloofd!
 
 
 
02-03-2011 | Verboden
 
 
 
 
 
 
 
30-11-2010 | CAO Ambulancezorg
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
27-12-2009 | Appels
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
28-04-2009 | Preventie werkt!
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
15-02-2009 | TAR bestaat 25 jaar
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Follow us
Opleidingsinstituut van
Erkende opleidingsinstelling advocatuur
 
Zoeken
 
Twitter
Capra Concreet
Onze nieuwsbrief Capra Concreet verschijnt ongeveer 10 keer per jaar. In de nieuwsbrief houden wij u op de hoogte over actuele onderwerpen, wetswijzigingen en jurisprudentie op het gebied van het ambtenarenrecht.
 
Publicatie
Ter bevordering van het enthousiasme en de belangstelling voor het ambtenarenrecht, arbeidsrecht en algemeen bestuursrecht heeft het bureau Capra Advocaten ter gelegenheid van het afscheid van haar voormalige partner mr. J.M.M.B. Maes een stichting in het leven geroepen, genaamd Stichting Jo Maes/Capra Prijs.
di 24 mrt 2009 - Het reglement van de Stichting Jo Maes/Capra prijs
 
Publicatie
De laatste tijd komt een stroom van uitspraken op gang over opgelegde loonsancties. Onderwerp van geschil zijn de verrichte re-integratie inspanningen en de rol van de ARBO-dienst daarbij. De jurisprudentie is nog steeds niet eenduidig. Uit de uitspraken blijkt dat de beoordeling van de verrichte re-integratie inspanningen een feitelijke is. De werkgever doet er goed aan om te overleggen met de werknemer en alle betrokken deskundigen, en een consistente lijn uit te zetten ten aanzien van de re-integratie. Met de onvoorspelbaarheid die inherent is aan ziekte en het verloop daarvan is dit niet makkelijk.
21 jun 2009 - Stand van zaken jurisprudentie loonsanctie