Eind 2007 is de nieuwe CAO voor waterschappen ingrijpend gewijzigd. De overlegpartners hebben als uitgangspunt het begrip 'employability' genomen.
Eind 2007 is de nieuwe CAO voor waterschappen ingrijpend gewijzigd. De overlegpartners hebben als uitgangspunt het begrip 'employability' genomen. Het verkrijgen en behouden van de werkgelegenheid van medewerkers heeft centraal gestaan bij de totstandkoming van de CAO. Daarbij is afgesproken dat zowel werkgever als werknemer verantwoordelijk voor het halen van die doelstelling. De mogelijkheden om extra middelen in te zetten bij dreigend verlies van arbeidsplaatsen zijn verruimd. Nieuw is bovendien dat de CAO voorziet in sanctiemaatregelen indien één van de partijen niet voldoende inspanningen verricht om werkloosheid te voorkomen.
Daarnaast hebben de overlegpartner het stelsel van bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen per 1 januari 2008 veranderd. De bovenwettelijke uitkeringsaanspraken zijn zowel in duur als in hoogte gewijzigd. De duur van de aansluitende uitkering wordt aan de hand van een kantonrechtersachtige formule berekend, waarbij de leeftijd en het arbeidsverleden in overheidsdienst bepalend zijn. Een belangrijke verandering houdt in dat de aansluitende uitkering eindigt op de leeftijd van 62 jaar en drie maanden; voorheen bestond voor oudere medewerkers met een lang ambtelijk dienstverleden veelal aanspraak op een uitkering tot het 65ste levensjaar. Let op het overgangsrecht: medewerkers die vanwege reorganisatie of arbeidsongeschiktheid (minder dan 35%) ontslagen worden en die al 20 jaar in dienst zijn behouden hun oude uitkeringsrechten.
Verder is er een nieuwe beloningssystematiek ingevoerd. Gekozen is voor een marktconform stelsel waarbij het loon afhankelijk is gesteld van de beoordeling. Het is de bedoeling om medewerkers met deze beloningssystematiek extra te stimuleren hetgeen de kwaliteit en de effectiviteit van werkzaamheden zal vergroten.
Vanwege het discriminatieverbod zijn de leeftijdsdagen voor 40-plussers afgeschaft. De vrijkomende middelen worden gebruikt om de procentuele levensloopbijdrage te verhogen.
Barbara Zippelius