Sinds 1 januari 2004 is heimelijk cameratoezicht strafbaar gesteld. Ook werkgevers is het niet toegestaan om verborgen camera's te plaatsen om wangedrag op te sporen.
Sinds 1 januari 2004 is heimelijk cameratoezicht strafbaar gesteld. Ook werkgevers is het niet toegestaan om verborgen camera's te plaatsen om wangedrag op te sporen. Toezicht door camera's is uitsluitend toegestaan indien dit bekend wordt gemaakt aan het personeel. Dat kan door het aanbrengen van stickers of het opstellen van een circulaire. Als er na een concreet vermoeden van wangedrag achteraf camera's worden geplaatst dan kan voldaan worden aan het kenbaarheidsvereiste door een mededeling daarvan aan de (voorzitter van de) OR.
Eind 2007 is een gemeente veroordeeld vanwege het plaatsen van verborgen camera's op de werkvloer. De camera's waren geplaatst om het vermoeden van strafbare feiten door het personeel te onderzoeken. De rechtbank heeft de betreffende gemeente veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete omdat niet voldaan was aan het kenbaarheidsvereiste. Dat de gemeente niet bekend was met de strafbaarstelling van verborgen cameratoezicht mocht niet baten. De rechtbank meende dat voor een gemeente extra strenge zorgvuldigheidsnormen gelden om te voorkomen dat zij als overheidsinstantie de wet overtreedt en daardoor het overheidsgezag in haar geheel blameert.
De discussie achteraf over de strafbaarheid (en de rechtmatigheid van de bewijsmiddelen) kan eenvoudig voorkomen worden door het opstellen van een reglement, met de instemming van de Ondernemingsraad.