Per 1 januari 2006 is het recht op functioneel leeftijdsontslag (FLO) afgeschaft voor brandweerpersoneel en medewerkers van ambulancediensten.
Per 1 januari 2006 is het recht op functioneel leeftijdsontslag (FLO) afgeschaft voor brandweerpersoneel en medewerkers van ambulancediensten. Voor degenen die toen in een FLO-functie werkzaam waren is een overgangsrecht vastgesteld. Het overgangsrecht geldt uitsluitend voor medewerkers die in een bezwarende functie werkzaam. Het overgansrecht maakt daarbij een onderscheid tussen bezwarende en niet-bezwarende functies. De definitie van een bezwarende functie is in de CAO gegeven: een betrekking met een hoge belasting door een frequente inroostering in de piketdienst en deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden in de uitruk waardoor een verhoogde kans op gezondheidsklachten ontstaat. Er bestaat geen onduidelijkheid over de werkzaamheden die medewerkers in de uitvoerende of repressieve dienst verrichten, deze voldoen aan de definitie. Sinds 2006 is echter landelijk een discussie ontstaan over de vraag of de diverse officiersfuncties moeten worden aangemerkt als bezwarend. Omdat de gemeentelijke diensten de officiersfuncties niet alle op dezelfde wijze invullen, zijn er landelijk verschillen ontstaan. In sommige gemeenten worden deze functies als bezwarend aangemerkt, in andere gemeenten worden de werkzaamheden van een officier van dienst als niet-bezwarend aangemerkt.
De Rechtbank Leeuwarden heeft onlangs de eerste uitspraken gedaan over de bezwarendheid van de functie van brandweerofficieren. In twee gevallen werd geoordeeld dat de functie terecht als niet-bezwarend was aangemerkt. De rechtbank heeft daarbij in de eerste plaats geoordeeld dat het bevoegd gezag een grote mate van beoordelingsvrijheid toekomt. De rechtbank was verder van mening dat de fysieke belasting van de officiersfunctie van een andere en meer beperkte aard is dan die van uitvoerende brandweerlieden. Daarbij werd in aanmerking genomen dat er geen sprake was van fysieke deelname aan de repressieve brandbestrijding en dat de officier van dienst evenmin psychische belasting ondervindt als gevolg van situaties die persoonlijk bedreigend zouden zijn of als gevolg van direct contact met slachtoffers. De rechtbank oordeelde in deze gevallen dan ook dat de functies terecht als niet-bezwarend waren aangemerkt.