Op 13 juni 2008 oordeelde de Hoge Raad dat boetes voor verkeersovertredingen die zijn begaan door bestuurders in een leaseauto of een bedrijfsauto in beginsel door de werkgever kunnen worden verhaald op de werknemer.
Op 13 juni 2008 oordeelde de Hoge Raad dat boetes voor verkeersovertredingen die zijn begaan door bestuurders in een leaseauto of een bedrijfsauto in beginsel door de werkgever kunnen worden verhaald op de werknemer. Volgens de Hoge Raad zijn werknemers zelf verantwoordelijk voor snelheidsovertredingen die zij begaan bij de uitvoering van hun werkzaamheden. De Hoge Raad nam geen verschil aan ten opzichte van werknemers die met een eigen auto tijdens werktijd een overtreding begaan. Deze werknemers moeten hun verkeersboetes ook zelf voldoen. Weliswaar staat in artikel 7:661 van het Burgerlijk Wetboek (BW) dat “de werknemer die bij de uitvoering van de overeenkomst schade toebrengt aan de werkgever (…) te dier zake niet jegens de werkgever aansprakelijk is, tenzij de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid”, maar juist omdat strikte toepassing van dit artikel tot een onverklaarbaar onderscheid zou leiden tussen leaserijders en ‘eigen rijders’ als gevolg van het feit dat de boete van de leaserijder bij de werkgever als kentekenhouder terecht komt, zag de Hoge Raad reden om af te wijken van de risicoaansprakelijkheid. Dat kan op basis van het tweede gedeelte van artikel 7:661 BW dat luidt: “Uit de omstandigheden van het geval kan, mede gelet op de aard van de overeenkomst, anders voortvloeien dan in de vorige zin is bepaald”. Ook zij die overtredingen begaan met een leaseauto of een bedrijfsauto kunnen dus aansprakelijk zijn voor de daaruit voortvloeiende verkeersboete, aldus de Hoge Raad. Slechts wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden is het niet redelijk om de verkeersboete ten laste van de werknemer te brengen. Deze uitspraak is van belang voor de civiele sector waarin risicoaansprakelijkheid geldt voor werkgevers. Lange tijd werd aangenomen dat werkgevers op grond van deze risicoaansprakelijkheid draagplichtig zijn voor boetes vanwege overtredingen die zijn begaan in een leaseauto of een bedrijfsauto, tenzij er sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid bij het begaan van de verkeersovertreding. De Hoge Raad heeft nu anders bepaald.
Deze uitspraak brengt geen wijzigingen met zich voor ambtenarenrechtelijke kwesties. In veel rechtspositionele regelingen is bepaald dat een ambtenaar kan worden verplicht tot de gehele of gedeeltelijke vergoeding van de schade, voor zover deze aan zijn ‘schuld of nalatigheid’ is te wijten en dat is wat anders als ‘opzet of bewuste roekeloosheid’. Op basis van deze teksten is verdedigbaar dat de aansprakelijkheid van een ambtenaar voor schade van de werkgever ruimer is dan de aansprakelijkheid van de werknemer in de civiele sector. Het wachten is op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep; de hoogste ambtenarenrechter liet zich nog niet uit over de aansprakelijkheid van ambtenaren voor verkeersboetes.