Op 27 juni 2008 oordeelde de Hoge Raad in een civiele kwestie over een ontslag dat was gegeven aan een statutair directeur die situatief arbeidsongeschikt was bevonden door de verzekeringsarts.
Op 27 juni 2008 oordeelde de Hoge Raad in een civiele kwestie over een ontslag dat was gegeven aan een statutair directeur die situatief arbeidsongeschikt was bevonden door de verzekeringsarts.
De directeur had zich ziek gemeld nadat uit een medewerkerstevredenheidsonderzoek was gebleken dat het personeel ontevreden over hem was. Kort daarna ontstond een arbeidsconflict. Nadat de Arbo-arts aanvankelijk had geoordeeld dat de directeur niet in staat was om het werk te hervatten vanwege situatieve arbeidsongeschiktheid, oordeelde deze korte tijd nadien dat er geen sprake was van arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte of gebrek.
De directeur werd vervolgens opgeroepen om zijn werkzaamheden te hervatten, hetgeen hij weigerde met een beroep op zijn klachten. Daarna werd hij ontslagen. Het deskundigenoordeel dat op verzoek van de directeur werd afgegeven, bevestigde het advies van de bedrijfsarts. De directeur was niet arbeidsongeschikt als gevolg van ziekte of gebrek, maar er was wel sprake van situatieve arbeidsongeschiktheid, aldus het UWV.
De Hoge Raad overwoog dat, in gevallen van een verstoorde arbeidsverhouding, zich de situatie kan voordoen dat een werknemer niet in staat is tot het verrichten van zijn werkzaamheden, op grond van (dreigende) psychische of lichamelijke klachten, ook al worden geen medische beperkingen van psychische of fysieke aard vastgesteld. In een dergelijk geval is er volgens de Hoge Raad geen sprake van ziekte in de zin van artikel 7:629 BW. Wel kan een 'situatief' arbeidsongeschikte werknemer zich beroepen op artikel 7:628 BW, uit welk artikel volgt dat werkhervatting niet aan de orde is indien de situatieve arbeidsongeschiktheid veroorzaakt wordt door arbeidsomstandigheden die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoren te komen. De werknemer dient in een dergelijk geval aannemelijk te maken dat er sprake is van zodanige arbeidsomstandigheden - vanwege de dreiging van psychische of lichamelijke klachten - dat deze redelijkerwijs aan werkhervatting in de weg staan, aldus de Hoge Raad. De statutair directeur had dit in casu niet aannemelijk gemaakt, zodat het ontslag niet als kennelijk onredelijk werd aangemerkt