Op 8 april 2008 oordeelde het Gerechtshof Arnhem over een vordering tot het betalen van een immateriële schadevergoeding, die werd gevorderd door een werkneemster die stelde dat zij door haar werkzaamheden bij worstfabrikant Stegeman de beroepsziekte RSI had opgelopen.
Er zouden door de werkzaamheden ‘aan de productielijn’ blijvende pijnklachten zijn ontstaan aan haar nek, linkerarm en schouder. De werkgever voerde verweer tegen de vordering met de stelling dat de werkzaamheden voldoende afwisselend waren ingericht en dat de werkneemster voldoende mogelijkheden had om micro- of smokkelpauzes te nemen.
Het Hof heeft de vordering toegewezen. Het Hof achtte een causaal verband aanwezig tussen de RSI-klachten en de uitoefening van de door haar verrichte werkzaamheden tijdens het dienstverband. Volgens het Hof had de werkgever niet aangetoond dat hij zijn zorgplicht was nagekomen. De werkgever had in strijd gehandeld met artikel 3 van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet), omdat de werkneemster tijdens haar dienstverband steeds een uur en vijfenveertig minuten ononderbroken dezelfde monotone en tempogebonden taken moest verrichten, zonder pauzes of taakroulaties tussendoor, aldus het Hof. Bovendien had de Arbo Unie een verplichte Risico Inventarisatie uitgevoerd en in het kader daarvan geconstateerd dat er binnen de afdeling vier knelpunten aanwezig waren. De werkgever had in strijd met de voorschriften geen Plan van Aanpak opgesteld om deze knelpunten te verminderen of weg te nemen. Het Hof leidde hier uit af dat de werkgever in ieder geval op vier essentiële onderdelen tekort geschoten was in zijn zorgplicht met betrekking tot het beperken van de risico’s van RSI.
Het Hof overwoog dat het dagelijks verkeren in een bepaalde werksituatie ertoe zal leiden dat medewerkers de lichamelijke belasting eerder inherent aan het werk gaan beschouwen, waardoor zij minder snel over hun arbeidsomstandigheden zullen klagen. Het is volgens het Hof aan werkgevers om dat te onderkennen en werknemers zo nodig daar blijvend op attent te maken.
Uit deze uitspraak blijkt dat een werkgever zich altijd actief dient af te vragen of de arbeidsomstandigheden op de werkplek naar behoren zijn. Ook wanneer werknemers nooit hebben geklaagd of signalen hebben afgegeven kan een schadeclaim, die achteraf is ingediend, worden toegewezen.
Deze civiele uitspraak is ook van belang voor de overheidssector. Ook de overheidswerkgever is gehouden om zorg te dragen voor de veiligheid en de gezondheid van hun werknemers en om een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid te voeren. De laatste jaren laten zien dat de ambtenarenrechter dezelfde criteria hanteert als de civiele rechter bij de vraag of een schadeclaim van een werknemer voor toewijzing in aanmerking komt.