Wanneer een ontslagbesluit op last van de rechter moet worden teruggedraaid bestaat in principe geen aanspraak op een immateriële schadevergoeding. De Centrale Raad van Beroep oordeelde recent over de gevolgen van een in 2003 gegeven strafontslag dat in 2005 na een rechterlijk oordeel was herroepen. Het dienstverband werd met terugwerkende kracht hersteld. De ontslagen ambtenaar had inmiddels een andere baan en wilde deze niet opgeven om terug te keren bij de oude werkgever, het Ministerie van Justitie. De Minister verleende haar weer strafontslag, dit maal op grond van werkweigering. Dit ontslag werd daarna tot de hoogste instantie aangevallen en hield toen wel stand.
De ambtenaar was verzocht om een opgave te verstrekken van haar inkomsten bij de nieuwe werkgever. De Minister van Justitie wilde deze nieuwe inkomsten in mindering brengen op het loon vanaf 2003 tot de datum van het tweede ontslag. De ambtenaar weigerde een overzicht te verstrekken en stelde zich op het standpunt dat deze inkomsten niet in mindering gebracht konden worden op de verschuldigde loonbedragen. En zij wilde een vergoeding ontvangen van de immateriële schade die zij had geleden.
De Centrale Raad van Beroep heeft op 4 december 2008 geoordeeld dat de nabetaling van het salaris als gevolg van de herroeping van het ontslagbesluit niet als schade kan worden aangemerkt. Hiermee bevestigt de Raad de eigen jurisprudentie. De ambtenaar komt het salaris toe omdat het dienstverband vanwege herroeping van het ontslagbesluit is hersteld. Op dit salaris mag het bevoegd gezag, naar vaste jurisprudentie, de door de ambtenaar genoten inkomsten uit loon of uitkering in mindering brengen.
Met betrekking tot het verzoek van de ambtenaar om de immateriële schade te vergoeden heeft de Raad in deze uitspraak wederom bepaald dat na de herroeping van een strafontslag geen plaats is voor een vergoeding van immateriële schade. Wel voor vergoeding komt in aanmerking de wettelijke rente over het loon waarbij deze rente verschuldigd is over de bruto salarisbetalingen vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarop de salarisbetaling betrekking heeft. Tevens heeft volgens de Centrale Raad te gelden dat het bevoegd gezag gehouden is om rente over rente te berekenen.