Op 12 oktober 2009 heeft Minister Donner een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin hij namens het kabinet heeft aangekondigd dat de mogelijkheden om werktijden te flexibiliseren en verlof op te nemen worden verruimd. Het kabinet meent dat het huidige stelsel onvoldoende tegemoet komt aan de behoeften van werknemers om werk te combineren met zorgtaken.
De Wet Aanpassing Arbeidsduur (WAA) bevat een aantal procedurele bepalingen die in de weg staan aan flexibilisering van werktijden. Zo kan een werknemer slechts één keer per twee jaren een verzoek indienen om zijn arbeidsduur te wijzigen, moet hij minimaal één jaar in dienst zijn en moet het verzoek uiterlijk vier maanden voor de gewenste ingangsdatum zijn ingediend. Als niet is voldaan aan de voorgeschreven procedure strandt het verzoek en moet de werknemer twee jaar wachten totdat hij weer een verzoek kan indienen. Het kabinet vindt deze procedurele beperkingen ongewenst en verouderd. Het zal dan ook wetsvoorstellen presenteren om de procedurele bepalingen uit de WAA te flexibiliseren. Inhoudelijk zal de WAA naar verwachting niet wijzigen: de werkgever zal een verzoek tot wijziging van de arbeidsduur ook in de toekomst kunnen weigeren indien de bedrijfsvoering hierdoor onaanvaardbaar in het geding zal komen.
Het kabinet wil verder de huidige verlofregelingen moderniseren. Een werknemer kan ouderschapsverlof opnemen in verband met de zorg voor opgroeiende kinderen. Verder kan langdurend zorgverlof worden opgenomen om mantelzorg mogelijk te maken. In de huidige verlofregeling (opgenomen in de Wet arbeid en zorg) zijn volgens het kabinet procedurele voorschriften opgenomen die de werknemer beperken in zijn keuzemogelijkheden om het verlof af te stemmen op zijn individuele behoefte. Voorts gaat de regeling uit van een situatie waarin een tijdelijke behoefte is aan verlof.
Met de wetsvoorstellen is het de bedoeling dat de werknemer direct na indiensttreding ouderschapsverlof kan opnemen. Er zullen meer mogelijkheden komen om het aangevraagde verlof op verschillende manieren te spreiden over een werkweek. De werkgever zal binnen 4 weken moeten reageren op een verzoek om verlof op te nemen. Het is verder de bedoeling om het kraamverlof voor vader èn moeders beter af te stemmen op het ouderschapsverlof. Het is de vraag of de standaardregeling over kraamverlof gehandhaafd zal blijven.
In principe komt verlofopname voor rekening van de werknemer. Dat betekent dat hij verantwoordelijk is voor zijn inkomen gedurende de verlofperiode. Het kabinet wil op dat beginsel een aantal uitzonderingen maken. Verlof met recht op loondoorbetaling zal worden voorgesteld voor perioden van calamiteiten- en kort verzuimverlof, kraamverlof en kortdurend zorgverlof. In deze gevallen is zorgverlening noodzakelijk en zijn er redelijkerwijs geen alternatieven voor verlofopname. Gelet op die noodzakelijkheid meent het kabinet dat de werknemer in staat moet worden gesteld verlof op te nemen met recht op loondoorbetaling.
Naar verwachting worden de wetsvoorstellen begin 2010 aan de Tweede Kamer voorgelegd.
Barbara Zippelius