Wijzigingen CAR/UWO en SAW: de ervaringen in het eerste jaar
Geplaatst op: 21-06-2009 | Door: Bart Jeroen Boiten

Medio 2008 zijn de CAR/UWO en de SAW ingrijpend gewijzigd, met name met betrekking tot de periode voor ontslag (denk aan de verplichte re-integratiefase) en de uitkering na een eventueel ontslag. CAPRA heeft aan deze wijzigingen al vaker aandacht besteed: in deze nieuwsbrief, maar ook in de vorm van een mailing en diverse workshops. Inmiddels kan een eerste balans worden opgemaakt. Wat hebben deze wijzigingen u als werkgever gebracht? Uit de diverse contacten bleek dat er op verschillende onderdelen vooral nadere vragen waren. In dit artikel zullen wij een aantal van die vragen behandelen en – proberen te – beantwoorden.

1. Aanspraak bij ontslag na re-integratie

Uit het bepaalde in het nieuwe hoofdstuk 10d CAR/UWO volgt dat alleen nog de ambtenaar die aanspraak heeft op een aanvullende uitkering (die de hoogte van de WW aanvult) aanspraak kan maken op een na-wettelijke uitkering (die volgt op de WW-uitkering). Voorts is in artikel 10d, eerste lid, van de CAR/UWO bepaald dat voor het recht op een aanvullende uitkering onder meer vereist is dat de ambtenaar de re-integratiefase heeft doorlopen.

Het voorafgaande betekent dat deze artikelen in onderlinge samenhang bezien ertoe leiden dat als aan deze re-integratiefase een voortijdig einde komt – bijvoorbeeld omdat betrokkene niet voldoende zijn best doet ander werk te vinden – het recht op een bovenwettelijke uitkering niet kan ontstaan. Re-integratie is alleen al daardoor niet vrijblijvend meer!

Uit de tekst van artikel 10d:10 van de CAR/UWO volgt daarnaast dat ook de ambtenaar die geen re-integratiefase doorloopt omdat hij of zij daar geen recht op heeft – bijvoorbeeld vanwege het feit dat het dienstverband nog geen twee jaren heeft geduurd - geen aanspraak kan maken op een aanvullende uitkering, en daarmee evenmin op een na-wettelijke uitkering.

2. Hoogte van de uitkering: denk om het maximumdagloon WW!

Sinds de wijziging van het uitkeringregime is het accent meer verschoven naar de aanvullende uitkering. Deze uitkering vult – na een aanvangsperiode – aan tot 70% van het oude salaris. De na-wettelijke uitkering is in de sector Gemeenten nu gekoppeld aan het maximumdagloon genoemd in de Werkloosheidswet. De langduriger uitkeringen – die ontslag in de overheidssector vaak zo kostbaar konden maken – zijn daarmee in sommige gevallen (fors) goedkoper geworden.

Het mes snijdt hier aan twee kanten. De hoogte van de uitkering is in een aantal gevallen lager en voor medewerkers die na ontslag met de grens van het maximumdagloon worden geconfronteerd, is er ook een nadrukkelijke extra prikkel om weer aan de slag te gaan. De periode dat zij gebruik maken van deze uitkering zal daardoor bovendien veelal worden bekort. Voor medewerkers die met de grens van het maximum dagloon worden geconfronteerd heeft de na-wettelijke uitkering daarmee feitelijk aan belang ingeboet.

In de sector Waterschappen geldt nog steeds dat een bovenwettelijke uitkering ongeveer 70% van het oude salaris bedraagt. Met het maximumdagloon wordt hier geen rekening gehouden.

3. Aanspraak na-wettelijke uitkering bij ongeschiktheid

Bij ongeschiktheidontslag stond voorheen in artikel 8:6, lid 3 van de CAR/UWO dat het college in uitzonderlijke gevallen, gelegen in de werksfeer, kon besluiten een aansluitende (na-wettelijke) uitkering toe te kennen. In de praktijk gebeurde dat nagenoeg nooit. Nu volgt uit artikel 10d:10, lid 1 en 10d:15, lid 1 dat de ambtenaar bij een ontslag o.g.v. artikel 8:6, recht heeft op een na-wettelijke uitkering, waarbij in artikel 10d;15, lid 2 is aangegeven dat als voorwaarde geldt dat het ontslag gelegen is in omstandigheden binnen de werksfeer. De vraag is hoe deze aanpassing moet worden gelezen. Bestaat er nu eerder recht op een aansluitende uitkering of niet?

In de toelichting staat dat van een dergelijke omstandigheid sprake is als de ambtenaar bij ontslag geen schuld treft. Deze toelichting is op zijn zachtst gezegd onduidelijk. Als een medewerker het wel probeert, maar het werk uiteindelijk gewoon niet blijkt te kunnen, is immers niet direct sprake van een vorm van schuld. De toelichting lijkt daarmee dan ook een wat beperktere uitleg te geven dan uit het artikel zelf kan worden afgeleid. Immers, als iemand het gewoon niet blijkt te kunnen is dat wellicht nog geen vorm van schuld, maar maakt dat evenmin dat het ontslag gelegen is in de werksfeer. Voor toekenning van een na-wettelijke uitkering lijkt dan geen plaats te zijn.

Op basis van de toelichting mag wel worden aangenomen dat in de praktijk ook bij ongeschiktheid eerder aanspraak kan bestaan op een na-wettelijke uitkering. De rechtspraak zal uiteindelijk moeten uitwijzen waar deze grens precies komt te liggen. Het advies is daarbij om vooralsnog terughoudend om te gaan met het toekennen van ook een na-wettelijke uitkering en daarbij meer de tekst dan de toelichting te volgen.

Uit artikel 9.2.16 van de SAW volgt overigens dat in het geval van ontslag wegens ongeschiktheid in de sector Waterschappen sowieso geen aanspraak bestaat op een na-wettelijke uitkering.

4. Uitkeringsaanspraak bij ontslag op overige gronden

Bij ontslag op overige gronden als bedoeld in artikel 8:8 van de CAR/UWO is nu nog slechts bepaald dat het college een passende regeling moet treffen. Wat daar onder moet worden verstaan is niet meer bepaald. Voorheen was vereist dat ten minste een aanvullende en aansluitende (na-wettelijke) uitkering moest worden toegekend. Deze voorwaarde is komen te vervallen. Ook is voor een ontslag op deze grond geen re-integratietermijn voorgeschreven.

Het voorafgaande kan betekenen dat zelfs met het toekennen van een aanvullende en na-wettelijke uitkering, zonder re-integratietermijn, een medewerker onder omstandigheden in een nadeliger positie wordt gebracht dan bij ontslag wegens ongeschiktheid. Immers, een dergelijke termijn is daar wel voorgeschreven en toekenning van een na-wettelijke uitkering wordt niet op voorhand uitgesloten (zie punt 3). Of een dergelijk onderscheid aanvaardbaar is, zal uiteindelijk in rechte moeten blijken. Wel geldt dat het onder omstandigheden zeker verdedigbaar kan zijn om geen re-integratietermijn toe te kennen bij een ontslag wegens verstoorde verhoudingen.

Er kan dan immers nadrukkelijk belang zijn bij beëindiging van het dienstverband op korte termijn. In de regeling na ontslag zou daarvoor een compensatie gezocht kunnen worden, bijvoorbeeld in de vorm van begeleiding bij het vinden van ander werk. Als werkgever bestaat daar ook een nadrukkelijk belang bij, om de kosten van de uitkering zoveel mogelijk te beperken.

Uit artikel 9.2.16 van de SAW volgt dat in een vergelijkbare situatie binnen de sector Waterschappen wel aanspraak op een na-wettelijke uitkering bestaat.

5. Uitkeringsaanspraak na ontslag wegens ziekte

Uit artikel 9.2.2 van de SAW en 10d:10 van de CAR/UWO volgt dat er na ontslag wegens ziekte binnen de beide sectoren in het geheel geen aanspraak meer bestaat op een bovenwettelijke uitkering. Dit is slechts anders voor ontslag wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35% (zie hiervoor artikel 9.2.2 en 9.9.2.16 van de SAW).

Er kan daarbij nu een aantal groepen worden onderscheiden:

A:      minder dan 35% arbeidsongeschikt: hiervoor zal intern een andere plek moeten worden gezocht. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan dat nog tot ontslag leiden, dat zal dan in de sector Waterschappen leiden tot een WW-uitkering en een bovenwettelijke uitkering.

B:      35–80% arbeidsongeschikt. Na ontslag maakt deze groep aanspraak op een WGA-uitkering, die kan worden aangevuld met het verrichten van werk elders. Een loonaanvulling zal dan meer opleveren dan een vervolguitkering in het kader van de WGA.

C:      80-100% arbeidsongeschikt. Na ontslag maakt deze groep aanspraak op een IVA-uitkering.

Voor een bovenwettelijke uitkering werd in geval van ontslag wegens arbeidsongeschiktheid geen aanleiding meer gezien, daar op andere wijze in een uitkering kan worden voorzien. Voor de overheidswerkgever geldt daarbij dat de kosten van deze uitkering – anders dan in geval van een bovenwettelijke uitkering – niet voor eigen rekening komen.

Hiermee is een aantal van de uit de diverse workshops volgende vragen besproken. De ontwikkelingen zullen echter verder gaan. Wordt vervolgd dus!

 
 
 
 
 
 
 
 
16-05-2012 | Capra op twitter
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
08-09-2011 | Mediation
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
03-03-2011 | Dat is beloofd!
 
 
 
02-03-2011 | Verboden
 
 
 
 
 
 
 
30-11-2010 | CAO Ambulancezorg
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
27-12-2009 | Appels
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
28-04-2009 | Preventie werkt!
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
15-02-2009 | TAR bestaat 25 jaar
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Follow us
Opleidingsinstituut van
Erkende opleidingsinstelling advocatuur
 
Zoeken
 
Twitter
Publicatie
Niet elke onbehoorlijke gedraging levert klachtwaardig gedrag op in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet of de lokale klachtenregeling. Een medewerkster van het stadsdeel Zuid-Oost van de gemeente Amsterdam had een klacht over haar leidinggevende ingediend bij de landelijke klachtencommissie...
di 27 jan 2009 - Eenmalige woede-uitbarsting leidinggevende niet klachtwaardig
 
Publicatie
In Capra Concreet van oktober 2009 werd in een artikel dat ging over de financiële gevolgen van doorwerken na 65 jaar aandacht besteed aan een uitspraak van de rechtbank Haarlem van 6 augustus 2009 (LJN: BJ4702), waarin de rechtbank het beroep van een rechter, althans een zogeheten staatsraad, tegen de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken om haar niet te laten profiteren van het zogeheten Vendrik-effect aanmerkte als ongegrond.
za 02 jan 2010 - Doorwerken na 65 jaar kan financieel nadelig zijn voor 59-plussers (2)
 
Publicatie
Terwijl ik dit schrijf is de wereld prachtig wit en ben ik verkouden. Mijn kinderen hadden, geloof ik, wel graag een vader gehad die sneeuwballen met ze ging gooien en ze leerde schaatsen, maar ze moeten het doen met een die ’s winters verkouden wordt...
27 dec 2009 - Appels