Uit een onderzoek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat het aantal werkloze werknemers in de overheidssector 70% lager is dan in de marktsector (berekend per 100 verzekerden). Ook het instroomrisico in de WW is in de overheidssector beduidend lager dan in de marktsector. Het risico dat een ambtenaar werkloos wordt bedraagt 1.5 %, terwijl dit risico voor de civiele werknemer 5% bedraagt. Volgens de onderzoekers kan het verschil onder meer worden verklaard door de re-integratieverantwoordelijkheid die de overheidswerkgever heeft op grond van de Werkloosheidswet (WW).
Sinds 2001 is de WW van toepassing op ambtenaren. Met de Aanpassingswet OOW wilde de wetgever de arbeidsvoorwaarden bij de overheid zoveel mogelijk harmoniseren met die in de markt. De werkloze ambtenaar heeft sindsdien recht op de WW-uitkering net zo als de ontslagen civiele werknemer. De verschillen tussen de sectoren – en met name de positie van de overheidswerkgever – leidde echter tot inefficiëntie. De re-integratietaak was op grond van de WW in alle gevallen van werkloosheid opgedragen aan het UWV. Deze taakverdeling bleek echter niet efficiënt voor de overheidswerkgever – die als eigenrisiodrager de WW-lasten geheel droeg. De wetgever heeft hierin verandering willen aanbrengen met de invoering van artikel 72a van de WW.
In dit artikel is sinds 2005 voor overheidswerkgevers de verplichting opgenomen om de ontslagen medewerker met een WW-uitkering te begeleiden naar ander werk. Deze verplichting geldt ook ten aanzien van de ambtenaar die bedreigd wordt met ontslag. De wetgever wilde met deze bepaling de eigenrisicodragende overheidswerkgever optimaal prikkelen om de WW-lasten zo laag mogelijk te houden door snel en effectief medewerkers te re-integreren die bedreigd worden met ontslag ofwel al ontslagen zijn.
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de wetswijziging geëvalueerd. Het onderzoek heeft vastgesteld dat de werkloosheid binnen overheidssectoren zeer laag is en dat overheidswerkgevers veel aandacht hebben voor preventie en re-integratie.
Hierbij moet worden aangetekend dat er sinds 2008 binnen de overheidssectoren is afgesproken dat de werkgever – sterker dan voorheen – maatregelen neemt om werkloosheid te voorkomen. Diverse arbeidsvoorwaardenregelingen (sector gemeenten en sector waterschappen) zijn gewijzigd en bevatten sindsdien concrete bepalingen wat er van werkgevers wordt verwacht. De resultaten van deze wijzigingen zijn niet betrokken in de eindevaluatie. Naar verwachting zal het WW-risico en het instroomrisico nog lager uitvallen. Hoe dit ook zij, het is verheugend om te zien dat de re-integratietaak vruchten afwerpt.