Stand van zaken stakingsrecht
Geplaatst op: 25-11-2008 | Door: mr. B.J. Zippelius | Bron: Voorzieningenrechter Rechtbank Utrecht, 20 september 2008, LJN: BF7184
De laatste jaren is het relatief rustig geweest aan het stakingsfront. Af en toe werd het stakingsmiddel ingezet om druk uit te oefenen in het arbeidsvoorwaardenoverleg. De laatste tijd wordt er meer gestaakt. Zo waren er de stakingen bij het streekvervoer en ook in sector Voortgezet Onderwijs wordt gestaakt. Hoe zit het ook al weer met het stakingsrecht? 

Het uitgangspunt is dat het recht van de werknemers en hun vertegenwoordigende vakbonden op het voeren van collectieve (stakings) acties, zoals opgenomen in het herzien Europees Sociaal Handvest (ESH), een grondrecht is. De belangen om dat grondrecht uit te oefenen wegen zwaar. Volgens het ESH kan het uitoefenen van het stakingsrecht geen beperkingen ondergaan – met uitzondering van die beperkingen die in de wet zijn voorgeschreven en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en voor de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden.  

In Nederland zijn de toegestane beperkingen niet uitdrukkelijk in de wet vastgelegd. De rechtspraak heeft uitgemaakt dat de beperkingen zijn af te leiden uit de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer ten aanzien van personen of goederen van anderen in acht moet worden genomen. Beperkingen zijn, volgens vaste jurisprudentie, alleen toegestaan indien de stakingsactie in zodanige mate inbreuk maakt op de rechten van derden of algemene belangen, dat beperkingen, maatschappelijk gezien, dringend noodzakelijk zijn.  

De rechter toetst in de eerste plaats het doel van de stakingsactie. Het doel van de actie moet gelegen zijn in de eigen arbeidsvoorwaarden. Verder mag een staking slechts worden ingezet als ultimum remedium of uiterste middel. Staken is pas geoorloofd als pressiemiddel om een doorbraak in het vastgelopen arbeidsvoorwaardenoverleg tot stand te brengen. Tenslotte moet het doel van de staking in verhouding staan tot de gevolgen van de stakingsactie. In geval van een staking is er immers schade voor het algemeen belang en schade voor derden.  

Hoewel Nederland bij de ratificatie van het ESH in 1980 een tijdelijk voorbehoud heeft gemaakt voor overheidswerknemers ten aanzien van het collectieve actierecht, heeft de ambtenarenrechter dit recht in principe erkend. De rechterlijke criteria om de rechtmatigheid van een stakingsactie te toetsen binnen een overheidssector zijn dan ook in principe dezelfde als binnen de civiele sector. Er is één verschil. In de civiele sector is veelal het schadeargument niet doorslaggevend om een stakingsactie te verbieden. Bij stakingen van ambtenaren tegen de overheidswerkgever wordt het schadeargument echter zwaarder gewogen, indien de dienstverlening aan de burgers geheel of gedeeltelijk stil komt te liggen. Indien alle omstandigheden in aanmerking genomen een staking onevenredige schade veroorzaakt, dan wordt de stakingsactie als onrechtmatig betiteld. 

Een recent voorbeeld van een stakingsactie die de werkgever wilde voorkomen, is de actie bij het busvervoer te Zaandam. Buschauffeurs van Connexxion staakten, omdat door de invoering van een nieuw voertuigmanagementsysteem de communicatie tussen buschauffeurs onderling – ofwel het zogenaamde “kort verkeer” – onmogelijk werd gemaakt. De vakbond had in het arbeidsvoorwaardenoverleg de voorwaarde gesteld dat het kort verkeer weer mogelijk moest zijn en had, toen succes uitbleef, op enig moment een ultimatum gesteld. Toen dat ook geen resultaat opleverde, kondigde de vakbond de staking aan. De werkgever vroeg de kortgedingrechter om de staking te verbieden.  

De voorzieningenrechter oordeelde op 20 september 2008 dat er geen bijzondere omstandigheden waren om te oordelen dat de vakbond misbruik zou hebben gemaakt van haar stakingsrecht. Daarbij overwoog de rechter dat hij niet kon oordelen of de eis van herinvoering van de mogelijkheid van kort verkeer onredelijk of ongegrond zou zijn. Volgens de rechter was het niet aan hem om daar een oordeel over te geven. Omdat de staking wat de plaats betreft beperkt was tot het vervoersgebied van de vestiging Zaandam, terwijl deze in tijd beperkt was tot een dag en bovendien tot uren buiten de spits op die dag, oordeelde de rechter dat de staking niet in vergaande mate de rechten en belangen van derden schond, met name reizigers. Om die reden werd de gevorderde beperking van het stakingsrecht niet noodzakelijk geacht door de voorzieningenrechter. Het standpunt van Connexxion dat de eigen financiële belangen werden geschonden, werd ook verworpen. Volgens de rechter ging het om een werkstaking van het normale type, zijnde een staking die zich richtte tegen Connexxion als werkgever. Volgens de rechter was het niet nodig om de belangen van de werkgever met een rechterlijk verbod te beschermen, aangezien het toebrengen van schade aan de werkgever wezenlijk is voor het hanteren van het stakingswapen, zoals gegarandeerd in het ESH. De vordering van de werkgever om de staking niet uit te voeren, werd dan ook afgewezen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
08-09-2011 | Mediation
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
03-03-2011 | Dat is beloofd!
 
 
 
02-03-2011 | Verboden
 
 
 
 
 
 
 
30-11-2010 | CAO Ambulancezorg
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
27-12-2009 | Appels
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
28-04-2009 | Preventie werkt!
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
15-02-2009 | TAR bestaat 25 jaar
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Follow us
 
Opleidingsinstituut van
Erkende opleidingsinstelling advocatuur
 
Publicatie
Uit een onderzoek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat het aantal werkloze werknemers in de overheidssector 70% lager is dan in de marktsector (berekend per 100 verzekerden). Ook het instroomrisico in de WW is in de overheidssector beduidend lager dan in de marktsector. Het risico dat een ambtenaar werkloos wordt bedraagt 1.5 %, terwijl dit risico voor de civiele werknemer 5% bedraagt. Volgens de onderzoekers kan het verschil onder meer worden verklaard door de re-integratieverantwoordelijkheid die de overheidswerkgever heeft op grond van de Werkloosheidswet (WW).
di 28 apr 2009 - Preventie werkt!
 
Bossche secretaresse Ine de Groot in de top 10!
Ine de Groot, secretaresse van Capra Den Bosch, behoort volgens het bedrijf SPARQ tot de tien beste telefonistes van Nederland.
 
test brief
jrj